Contents
50-60 liter voor drie dagen
Voor een trekking van drie tot vijf dagen reken je met een rugzak van 50 tot 60 liter. Dat volume past bij een slaapzak met comfort-limiet rond 0 °C, een gedeelde tent, een kleine keuken en water voor de langste etappe. Wie korter weg is volstaat met 30-40 liter; wie een week trekt of bagage voor twee draagt, kiest 70-90 liter.
Voor een trekking van drie tot vijf dagen is een rugzak van 50 tot 60 liter de juiste maat.
Die 50-60 liter is geen gok maar een schaalverdeling. Voor een weekend volstaat 30-40 liter; voor een week of een tocht met tent en bagage voor twee personen is 70-90 liter nodig. Een driedagse tocht zit precies in het midden van die schaal.
Waarom groeit het volume zo hard? Omdat je bij drie dagen een slaapzak met comfort-limiet rond 0 °C meeneemt (1,8-2,5 kg), een deel van een tent, een compacte keuken en water voor de langste etappe. Die combinatie past niet meer in een weekendzak van 35 liter.
Let op: de litermaat zegt niets over het draaggewicht. Water alleen kan op warme dagen 4-6 kilo toevoegen. Plan volume en gewicht daarom altijd samen.
Reken in ongeveer een avond uit welke rugzak bij jouw tocht past, stap voor stap.
Doe dit op een doordeweekse avond, niet in het weekend van vertrek. Wie op tijd pakt, ontdekt dat een 0 °C-slaapzak van ruim 2 kilo plus 5 liter water al een groot deel van het draagbudget opsoupeert.
Kom je ver onder de 50 liter uit, dan deel je waarschijnlijk meer materiaal dan je denkt. Kom je boven de 60 liter, dan staat er vrijwel zeker dubbel materiaal op je lijst.
Vier vaste posten bepalen samen vrijwel het hele volume.
Slaapzak: een comfort-limiet van 0 °C weegt 1,8-2,5 kg en is de grootste en zachtste post. Een zomerse 5 °C-zak van 1,0-1,2 kg scheelt een kilo — maar kies die alleen als de nachten dat toelaten.
Water: tussen 2 en 6 liter per persoon per dag, afhankelijk van weer en bagage. Elke liter is een kilo; wie 5 liter water meeneemt voor een warme hooglandetappe, draagt alleen daarvoor al 5 kilo.
Tent en keuken: gedeeld over twee personen blijft dit beperkt, maar het is precies de post die een weekendzak van 30-40 liter doet overlopen.
Koop geen liters omdat ze er stoer uitzien: reken uit welke nachten, welke slaapzak en hoeveel water erin moeten, en de litermaat volgt vanzelf.
Een comfort-limiet van 0 °C is een meetuitkomst in liggende testpositie, geen marketingwoord.
| Duur van de tocht | Rugzakvolume | Slaapzak (comfort-limiet) | Gewicht van de slaapzak | Water per persoon per dag |
|---|---|---|---|---|
| Weekend, koel weer | 30-40 liter | 5 °C (zomer) | 1,0-1,2 kg | 2-3 liter |
| Weekend, warmer dan 25 °C | 30-40 liter | 5 °C (zomer) | 1,0-1,2 kg | 4-5 liter |
| Drie tot vijf dagen | 50-60 liter | 0 °C | 1,8-2,5 kg | 2-5 liter |
| Drie tot vijf dagen, warm vochtig hoogland | 50-60 liter | 0 °C | 1,8-2,5 kg | 5-6 liter |
| Week of tocht met tent voor twee | 70-90 liter | 0 °C tot -10 °C | 1,8-3,5 kg | 2-6 liter |
| Wintertocht | 70-90 liter | -10 °C | 2,5-3,5 kg | 2-3 liter |
Met drie getallen — tempo, stijging en rust — weet je hoe laat je aankomt.
Tempo: 4 km per uur op vlak terrein, 3 km per uur bergop en 1-1,5 km per uur bergaf. Een uur klimmen staat voor 400-600 hoogtemeters bij een fitte wandelaar; zo vertaal je de hoogtelijnen op de kaart naar uren.
Rust: na elke 45-60 minuten lopen neem je 5-10 minuten pauze. Boven 2.000 meter begin je daarmee eerder, omdat het herstel daar langer duurt. Over een dag van zes uur lopen tik je zo 40-60 minuten aan pauze.
Voorbeeld: 12 km met 600 hoogtemeters. Vlak zou 12 km drie uur kosten; bergop vier uur. De 600 meter klim kost 1-1,5 uur extra. Tel daar vier pauzes van 5-10 minuten bij en de etappe duurt 5,5 tot ruim 6 uur.
Drie specificaties maken het verschil op glad en steil terrein.
Schoenen: een drop van 10-15 mm tussen hiel en voorvoet en een middenvoetbrug van 8 mm of meer geven meer stabiliteit op oneffen en glad terrein. De schoen draag je, dus hij kost geen rugzakvolume — maar hij bepaalt wel hoe vermoeid je aankomt.
Stokken: 110-135 cm lang. Korter afstellen voor de klim geeft meer afzet; langer maken bij het afdalen vermindert de belasting op polsen en schouders.
Regenjas: kijk naar de waterkolom. 5.000 mm houdt lichte regen tegen, 10.000 mm flinke regen, en 20.000 mm of meer heb je nodig voor lange tochten tijdens een moesson.
De lijst verwijst naar de testnorm ISO 23537 en naar algemeen gangbare rekenregels voor tempo, water en kaartschaal; er zijn geen commerciële bronnen gebruikt.